Mail ons

 

 

Kenmerken
De kenmerken van een danceband waren vroeger in feite niet anders als tegenwoordig: muziek maken voor ontspanning, elkaar ontmoeten, luisteren naar de nieuwste tophits en vooral ook dansen.
De Ballroom Syncopators willen deze traditie voortzetten met spelen van muziek uit de periode tussen 1920 en circa 1934.

Bezetting
De bezetting van de orkesten groeide in deze periode.
Paul Whiteman trad soms wel op met een orkest van tegen de zestig musici en zangers, goed te zien in de film King of Jazz, tot de crisis hem noodzaakte om af te slanken (zijn orkest dan) en voor andere bandleiders en musici er helemaal een einde aan hun carrière kwam. Ook in de studio’s werd volop met grote en kleine bezettingen geëxperimenteerd. Maar er is nog een andere factor die het ons heden ten dage gemakkelijker maakt om de bezetting voor een nummer te vast te stellen: dat zijn de uitgeverijen.

Stockarrangementen
Alle muziekuitgeverijen hadden cont(r)acten met arrangeurs, die hen voorzagen van de zogenaamde Stockarrange-menten. Voorgedrukt in een min of meer vaste bezetting. Alleen, deze standaard onderverdeling veranderde in de loop der jaren. In het bijzonder bij de rietsectie is deze verandering het duidelijkst aanwezig.
In het begin van de jaren twintig bestond de standaard bezetting, naast de ritmegroep en een of meerder strijkers, uit twee trompetten en trombone, fluit, klarinet, altsax en tenorsax: vier “rieten” dus.

Bij de Ballroom Syncopators zijn een aantal nummers in die originele bezetting te horen.


Het orkest van Paul Whiteman

De bezetting verandert
Midden twintiger jaren veranderde dit onder invloed van de meer op jazzmuziek gerichte orkesten en “hun” arrangeurs in drie koper, drie saxen (1e alt, 2e tenor en 3e alt) die tevens optraden als klarinettrio. (Don Redman is een schoolvoorbeeld)
Na 1930 zien we vaak een vierde sax erbij komen (dit kan een tenor- of baritonsax zijn) en ook uitbreiding in het koper tot drie trompetten en twee trombones.
Een paar jaar later – midden dertiger jaren, als het swingtijdperk zijn intrede doet – wordt de koper sectie in feite gesplitst tot twee aparte secties: de trompetsectie en de trombone sectie.
Bij de saxen wordt “vijf” een nieuwe standaard: twee alten, twee tenoren en de bariton; een standaard die nog tot in de vijftiger jaren stand houd.
In de dertiger jaren wordt de tuba langzamerhand vervangen door de trekbas en de banjo door de gitaar.
En de violist? Hij maakt plaats voor de crooners: de nieuwe vedetten van de lichte muziek. Voor ons echter betekent deze ontwikkeling het einde van de gespeelde stijlperiode, hoewel er overigens nog lang dancebands in de oude stijl blijven spelen en bekendheid genieten.